Spuitlogboek Bespuitingen per perceel

Wetgeving en regels

Wat ben je volgens de administratieplicht gewasbescherming verplicht om vast te leggen?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 6 minuten lezen

Werk op een Nederlands agrarisch bedrijf. Beeld bij het artikel: Wat ben je volgens de administratieplicht gewasbescherming verplicht om vast te leggen?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

De administratieplicht voor gewasbeschermingsmiddelen wordt vaak samengevat als "je moet het opschrijven", maar dat zegt niets over wat er precies in moet staan. In dit artikel lopen we de kern van de regel na, welke velden er altijd bij horen en wat een toezichthouder daarvan wil terugzien. Zonder juridisch jargon, wel met de precisie die het onderwerp vraagt.

Op een akkerbouw- of fruitbedrijf komt de regelgeving zelden als een boek binnen. Ze komt binnen als een vraag: van de NVWA, van een auditor, van een afnemer die wil weten wat er op een partij is toegepast. Op dat moment blijkt of je administratie een administratie is of een verzameling losse aantekeningen.

Wat de administratieplicht in de kern vraagt

De kern is kort samen te vatten. Wie gewasbeschermingsmiddelen professioneel toepast, moet een bewijs van vakbekwaamheid hebben en een administratie bijhouden van de toepassingen, met onder meer het perceel, het middel, de dosering en de datum. De NVWA houdt daar toezicht op.

In die ene zin zitten twee verplichtingen die los van elkaar staan. De eerste gaat over de persoon: je moet aantoonbaar bekwaam zijn om met deze middelen te werken. De tweede gaat over het werk: elke toepassing moet terug te vinden zijn. Beide gelden gewoon naast elkaar, en de een vervangt de ander niet.

Let ook op de woorden "onder meer". De genoemde velden zijn niet het volledige plaatje, maar wel de harde ondergrens. Een administratie waarin een van die vier ontbreekt, is per definitie onvolledig. Een administratie waarin ze alle vier staan, is de basis waarop je de rest kunt bouwen.

De vier velden die altijd terugkomen

Het loont om per veld te weten wat er precies mee bedoeld wordt, want juist daar gaat het in de praktijk mis.

Perceel

Een perceel is meer dan een naam die op het bedrijf gangbaar is. Het moet voor een buitenstaander te herleiden zijn tot een stuk grond. Namen die naar de vorige eigenaar of naar een sloot verwijzen, werken prima binnen het bedrijf en zijn onbruikbaar zodra iemand anders de administratie leest.

Werk daarom met een vaste perceelnaam met oppervlakte erbij, en houd die naam gelijk aan de naam die je ook elders gebruikt. Landbouwers doen jaarlijks in het voorjaar de Gecombineerde opgave bij RVO; als je perceelnamen daarmee overeenkomen, hoeft niemand later twee lijsten naast elkaar te leggen.

Middel

Het middel leg je vast met de naam zoals die op het etiket staat, aangevuld met het toelatingsnummer. Handelsnamen lijken op elkaar en veranderen door de jaren heen; het toelatingsnummer is het anker waarmee je jaren later nog kunt vaststellen om welk product het ging.

Bij een tankmengsel leg je elk middel apart vast, met een eigen dosering. Een mengsel dat als een enkele regel in het logboek staat, is achteraf niet meer te ontrafelen.

Dosering

De dosering noteer je in de eenheid van het etiket, per hectare, en het helpt om de totale hoeveelheid in de tank erbij te zetten. Dat tweede getal is geen verplichting op zichzelf, maar het maakt de registratie controleerbaar: dosering per hectare maal oppervlakte hoort uit te komen op wat je hebt aangemaakt.

Datum

De datum lijkt het makkelijkste veld en is in de praktijk het veld waar reconstructie achteraf op stukloopt. Wie een week later invult, schrijft de dag op waarop hij zit te schrijven, niet de dag waarop hij spoot. Het tijdstip erbij zetten is geen overbodige luxe: bij vragen over drift, over bijen of over een naburig perceel is het uur van de dag het eerste waar iemand naar kijkt.

Wat er in de praktijk bij hoort, ook al staat het niet in de kernregel

Een administratie die alleen de vier kernvelden bevat, voldoet aan de ondergrens maar helpt je zelf nauwelijks verder. De velden hieronder kosten in het veld enkele seconden extra en beantwoorden achteraf de meeste vervolgvragen.

Aanvullend veldWaarom je het toch vastlegt
ToepasserLaat zien wie er daadwerkelijk gespoten heeft en koppelt de bespuiting aan een bewijs van vakbekwaamheid
Gewas en gewasstadiumMaakt duidelijk of het middel op dat moment op dat gewas paste
Behandelde oppervlakteNodig als je een perceel maar deels hebt behandeld
Windrichting en windkrachtHet eerste waar naar gevraagd wordt bij klachten over drift
Temperatuur en tijdstipOnderbouwt de keuze van het spuitmoment
Machine, doptype en spuitvolumeVerklaart de techniek achter de toepassing en de driftbeperking
Reden van de bespuitingLaat zien dat er een aanleiding was, niet alleen een gewoonte

Certificeringsschema's en afnemers vragen doorgaans om meer dan de wettelijke ondergrens. Wie zijn logboek meteen op die bredere set inricht, hoeft niet twee administraties bij te houden.

Het bewijs van vakbekwaamheid staat los van je logboek

Een misverstand dat regelmatig terugkomt: een goed bijgehouden logboek zou de vakbekwaamheidseis verzachten. Dat is niet zo. De plicht om een bewijs van vakbekwaamheid te hebben geldt voor iedereen die professioneel gewasbeschermingsmiddelen toepast, ongeacht hoe netjes de administratie is.

Wat je logboek wel doet, is de twee zaken aan elkaar knopen. Door bij elke registratie de toepasser vast te leggen, kun je bij een vraag achteraf meteen laten zien wie welk perceel heeft behandeld en welk bewijs van vakbekwaamheid daarbij hoort. Dat is vooral van belang op bedrijven waar meerdere mensen de spuit bedienen, of waar in de piek een invaller meerijdt.

Hoe lang moet je het bewaren en in welke vorm

Voor je bedrijfsadministratie geldt in Nederland een bewaarplicht van zeven jaar. Voor gegevens over onroerende zaken is dat tien jaar. Je spuitregistratie hoort bij die administratie en verdwijnt dus niet aan het eind van het seizoen.

Over de vorm is de regelgeving niet dwingend: papier mag, digitaal mag. Het praktische verschil zit in de vindbaarheid. Zeven jaar aan spuitkaarten in een ordner is formeel in orde en in de praktijk vrijwel niet te doorzoeken. Een digitaal logboek waaruit je per perceel, per periode of per middel een export haalt, beantwoordt dezelfde vraag in een paar tikken.

  • Bewaar per seizoen een export op een plek die je zelf beheert, los van het systeem waarin je registreert.
  • Kies een bestandsvorm die over jaren nog leesbaar is, zoals een eenvoudige tabel.
  • Houd de perceelnamen over de jaren heen stabiel, of leg vast welke naam wanneer is gewijzigd.
  • Zorg dat een tweede persoon op het bedrijf weet waar de registraties staan en hoe je ze eruit haalt.

Wie er meekijkt, en waar ze op letten

De NVWA houdt toezicht op de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn er partijen die om dezelfde gegevens vragen zonder toezichthouder te zijn: certificerende instellingen, afnemers en verwerkers. Die vragen zijn niet identiek, maar ze putten uit dezelfde bron.

Een controleur kijkt zelden naar het geheel. Hij pakt een perceel en een periode en vraagt wat daar is gebeurd. Wie snel wil weten hoe je zo'n moment voorbereidt, vindt dat in de checklist om je spuitadministratie langs te lopen voor een NVWA-controle.

Loonwerk: wie legt wat vast

Zodra er een loonspuiter aan te pas komt, ontstaat de vraag wie de administratie voert. In de praktijk wil je twee dingen tegelijk: de loonspuiter houdt zijn eigen werk bij en de teler heeft de registraties van zijn eigen percelen in handen. Dat is geen dubbel werk als de registratie op perceelniveau gebeurt en de teler een eigen export krijgt.

Er speelt daarbij ook een privacykant. Zodra je gegevens verwerkt voor een ander bedrijf, is de AVG relevant en kan een verwerkersovereenkomst zoals bedoeld in artikel 28 AVG aan de orde zijn. De vragen die loonspuiters daarover stellen, staan uitgewerkt in het artikel over registreren voor meerdere opdrachtgevers als loonspuiter.

Praktisch begint alles bij de handeling in de cabine. Hoe je die kort houdt, staat beschreven in de gids over een bespuiting vastleggen terwijl je nog in de cabine zit.

Wie de achtergrond van deze software wil kennen: Jimenez Julien vertelt waarom hij bouwt voor bedrijven met een registratieplicht.

Conclusie: de regel is kort, de uitvoering is een routine

De administratieplicht vraagt niet om ingewikkelde documenten. Ze vraagt om vier velden die altijd kloppen, aangevuld met de gegevens die je zelf en je afnemers nodig hebben, bewaard voor de termijn die voor je administratie geldt. Het verschil tussen voldoen en niet voldoen zit in de routine, niet in de kennis.

Met het spuitlogboek van Spuitlogboek staan die velden in een vaste volgorde klaar en sluit een registratie pas als ze ingevuld zijn. Wil je nagaan of dat bij jouw bedrijf past, stel je vraag dan via het contactformulier. Je krijgt binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord van de maker zelf.

Verder lezen